- Over dingen die veranderen... -

Over dingen die veranderen...

29/11/2017

Door  Chris Govaert

Directeur zorg

Op grond van mijn kalenderleeftijd behoor ik officieel tot de ‘ouderen’.
Recent is op basis van wetenschappelijk taalkundig onderzoek beslist: vanaf 60 jaar behoor je tot de ‘ouderen’. Nog meer goed nieuws: tot 30jaar mag je jezelf tot de ‘jongeren’ rekenen.
Daar tussenin liggen de overgangsjaren wellicht. Dit is een persoonlijke invulling van het hiaat dat het al geciteerde wetenschappelijk onderzoek (of tenminste toch de verslaggeving erover) heeft gelaten.
Als officieel lid van de’ ouderen’ ben ik ten volle gemandateerd om de lofzang af te steken over de ‘goede oude tijd’.
Ik zal dat niet doen. ‘Vroeger’ en ‘nu’ laten zich even gemakkelijk vergelijken als appelen en peren. Niet dus.
Toen waren mensen bezig met die dingen die toen belangrijk waren, vanuit hun toenmalige manier van leven. Op basis van de kennis, inzichten en technologie die toen ter beschikking was.
Hoe leerrijk het verleden ook is, het mag ons nooit doen vergeten dat wij in de tegenwoordige tijd leven, met de blik voorwaarts gericht op de toekomst.
Vandaag werken wij aan de ‘goede oude tijd’ waar wij morgen naar zullen verwijzen.

Oktober bleek “een abnormaal warme maand te zijn geweest, met één zomerse dag en vijf lentedagen”. Ik verzin het niet, het is overgenomen uit het klimatologisch overzicht van het KMI.
De weersomstandigheden heten ‘uitzonderlijk’ te zijn voor de tijd van het jaar. Dat ‘uitzonderlijke’ houdt nu toch al een tijdje aan, bij zoverre dat je er ‘meer’ zou achter vermoeden.
Misschien toch het gevolg van een verregaande nonchalance ten aanzien van waarschuwingen over de opwarming van de aarde en wat wij daar met zijn allen zouden kunnen aan doen?
Ik waag mij niet aan een polemiek. Daartoe biedt deze blog niet het geschikte kader.
Wat ik hierover wel nog wil zeggen is dat geen enkele persoonlijke keuze volledig vrijblijvend is. De regie over mijn eigen leven maakt mij tot het ‘leidend voorwerp’ van mijn doen en laten, wie (ongevraagd) deelt in de gevolgen daarvan wordt dan tegen wil en dank het ‘lijdend voorwerp’.
Of hoe een eenzijdige invulling van de ‘regie over het eigen leven’ de solidariteit onder druk zet.

En dat is jammer, want het is juist in verbondenheid dat de warme samenleving ervoor kan zorgen, dat noden verholpen zijn nog voor het noden konden worden.
En zo beland ik uiteindelijk toch bij datgene waar ik het nu eigenlijk eens niet over wou hebben: de veranderingen binnen zorg en welzijn in het algemeen en in de gehandicaptensector in het bijzonder.

Net als Raymond van het Groenewoud zou ik (mocht ik zijn talenten hebben) kunnen zingen ‘da’s al 38 jaar dat ik in het vak zit’. Daar zou mijn tekst wel stoppen, want ik heb noch zalen doen vollopen, noch doen leeglopen. (voor wie de bron wil checken: ‘je veux de l’ amour’ van RvhG is zeker te vinden op You Tube en/of Spotify).
In die periode werd de gehandicaptensector meerdere keren hertekend. De sector werd achtereenvolgens georganiseerd én gesubsidieerd door het Fonds 81, het Vlaams Fonds en het Vlaams Agentschap voor Personen met Handicap.
De uitrol van het ‘Perspectiefplan 2020, een nieuw ondersteuningsbeleid voor Personen met een Handicap’ zorgt sinds 1 januari van dit jaar voor een totaal nieuw en vernieuwend geluid: met de invoering van de persoonsvolgende financiering beschikt de ‘persoon met een beperking’ over een grote troef: een eigen zorgbudget!
Wij zorgaanbieders, worden niet langer gesubsidieerd voor de overheid. Wij moeten cliënten en toekomstige cliënten overtuigen van de meerwaarde van onze dienstverlening, als antwoord op hun specifieke ondersteuningsvraag. Wij moeten hun budget verdienen, iedere dag opnieuw (inderdaad ‘vintage’ gepikt bij de GB-zaliger: “x duizend klanten moet je verdienen, iedere dag opnieuw”)

Hoe iedereen ook zijn best heeft gedaan om zich voor te bereiden op deze omslag, de impact ervan kent zijn weerga niet. Het is een verandering die kan tellen (vooral punten, maar dat is een ‘inside joke’ en te lastig om uit te leggen).
Het minste wat je ervan kan zeggen is dat het op papier beter loopt dan in de praktijk.
Dat men in de transitie bij (al dan niet voorziene) problemen af en toe teruggrijpt naar vroegere systemen, die eigenlijk door de invoering van de PVF waren afgeschaft, is geen bevestiging van het van het feit dat het vroeger beter was en de veranderingen niet nodig, wel van het gezegde over ‘het kind en het badwater’.

Veranderingen zijn van alle tijden (stel je even voor dat het niet zo was…in welk tijdvak was jij graag blijven stilstaan?). Er zich tegen verzetten heeft geen zin; integendeel, beter lijkt het mij ons mee te engageren en dit vanuit een kritische en toch constructieve houding.
Om het eens in een ander beeld dan dat van ‘kinderen en badwater’ te vatten: af en toe moet het water van de visbokaal ververst worden, zonder hierbij de vis kwijt te spelen! Zo krijgt die opnieuw al datgene wat hij (of zij, of is vis genderneutraal?) nodig heeft om zich verder te ontwikkelen als… een vis in het water. Enkel dan zullen de ‘goede oude tijden’ elkaar steeds weer blijven opvolgen.

Andere blogs

Het sociaal ondernemerschap in de praktijk

Het sociaal ondernemerschap in de praktijk

Lees meer...

Over dingen die veranderen...

Over dingen die veranderen...

Lees meer...

Opkomende evenementen